“Ontwerpers die alleen maar mooie nieuwe dingen maken, stimuleren hiermee de overconsumptie in onze maatschappij”, vindt de Rotterdamse designer Ermi van Oers (27). Ze raakte in de ban van duurzaamheid en multifunctionaliteit, wat resulteerde in de Living Light: een lamp die zijn energie haalt uit een plantje.

Zelf had Ermi ook de intentie om ‘mooie’ dingen te gaan maken. Al snel kwam ze erachter dat ze als ontwerper een bepaalde verantwoordelijkheid draagt. Tijdens haar opleiding ‘Product Design’ aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam begon ze zich steeds meer te interesseren in duurzaamheid en dan met name in bio-design. Haar afstudeerproject stond in het teken van de Living Light. Ze kreeg de mogelijkheid om mee te doen aan een incubatieprogramma van Let It Grow, dat startups een steuntje in de rug geeft.  Ze bundelde haar krachten met het innovatieve bedrijf Plant-e en begon aan de ontwikkeling van de Living Light en de realisatie van haar droom om het energieprobleem op aarde aan te pakken.

Living Light

Zo werkt de Living Light

De lamp werkt door het fotosyntheseproces van het plantje. De plant produceert vanuit zonlicht, koolstofdioxide en water, voeding voor zichzelf om te kunnen groeien. Een groot deel van deze voeding heeft de plant eigenlijk niet nodig. Dit overschot wordt via de wortels uitgestoten in de grond, waardoor er allerlei organische componenten in de bodem komen. Deze componenten worden dan weer verteerd door natuurlijke bacteriën die in diezelfde bodem zitten. Bij dit verteringsproces komen elektronen vrij. Op hun beurt worden de elektronen opgevangen door een zogeheten ‘Fuel Cell’ (ontwikkeld door Plant-e). Deze zet ze om in elektriciteit voor de lamp.

De lamp is dus zijn eigen energiebron, een circulair systeem. Belangrijk hierbij is wel dat je de plant goed verzorgt. Hoe gezonder de plant, hoe meer licht je zult krijgen. Volgens Ermi is dit feit een soort symbolische en bijna poëtische betekenis van de Living Light. “We zijn vervreemd geraakt van de natuur en we moeten het partnerschap weer aangaan”, vindt ze. Doordat je moet werken voor je licht, hoopt Ermi dat we niet langer alles zo maar voor lief nemen. Dat we weer gaan inzien dat wanneer je iets goeds doet voor de natuur, je hier ook iets goeds voor terugkrijgt. Licht in dit geval.

Living Light

Een eerste stap

In tegenstelling tot windmolens en zonnepanelen, die afhankelijk zijn van het weer, kan een plant 24 uur per dag en zeven dagen per week energie opwekken. Hierdoor ziet Ermi enorm veel potentie in plantenenergie om stappen te kunnen maken in het oplossen van de energie- en klimaatcrisis. De technologie van de Living Light staat nog wel in de kinderschoenen. Het licht kan ongeveer één uur per dag branden en de lamp moet daarna een dag lang ‘opladen’. Het duurt bovendien enkele maanden totdat een nieuwe plant, in nieuwe aarde, de lamp werkend krijgt. “We hebben ook geen super functioneel lampje ontworpen. Het is meer een statement en een eerste stap in de verbetering van de aarde”, laat Ermi weten. “Een eerste stap naar een toekomstdroom waarin mensen niet beter weten dan dat een plant energie opwekt en dus van belang is.”

Het hele artikel lees je in de eerste editie van Groener Wonen.

Foto’s: Ermi van Oers en Marleen van Veen