Televisietuinman Lodewijk Hoekstra wil de Nederlandse tuinen verduurzamen. Zo is hij medeoprichter van NL Greenlabel, een collectief van 200 bedrijven die zich bezighouden met de duurzame leefomgeving. Voor Groener Wonen geeft hij zijn visie op biodiversiteit en duurzaam tuinieren. In deze column gaat hij in op de levende tuin.

  

Waarom de levende tuin het goede antwoord is

Er worden op allerlei niveaus maatregelen aangekondigd om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen te beperken. Dat is zonder meer lovenswaardig, maar de eenzijdige focus op energie leidt af van de noodzaak om op een heel andere manier met onze werk- en leefomgeving om te gaan. Dit vergt meer dan een zonnepaneel, een windmolen en nul-op-de-meter.

Er is namelijk nog iets anders gaande. Biodiversiteit, landschappen en ecosystemen staan enorm druk, terwijl de inrichting en het beheer van de openbare ruimte zelden op de natuur zijn toegesneden. Zo is volgens wetenschappelijk onderzoek tussen 1989 en 2016 de totale massa vliegende insecten met meer dan 75% gedaald.

Waterinfiltratie tuin

Natuurinclusief denken en doen

We gaan vaker te maken krijgen met wolkbreuken, hitte en droogte. Deze en de vorige zomer presenteren ons alvast een voorproefje. Om daar op in te spelen, moeten we eindelijk leren dat we de buitenruimte niet helemaal naar onze hand kunnen zetten, maar veel meer moeten inzetten op zogenaamde ‘nature based solutions’. Dat betekent dat we natuurinclusief moeten gaan denken en doen.

Groen heeft nu in de stedelijke omgeving vooral een decoratieve waarde en wordt daarom vaak als kostenpost beschouwd. De inzet zou juist moeten zijn dat groen de kwaliteit van de leefomgeving, de ecologie en de biodiversiteit verhoogt. Het zorgt niet alleen voor een aantrekkelijke en gezonde plek om te leven en te werken, maar het wapent ons ook veel beter ten aanzien van het veranderende klimaat.

Het is bijvoorbeeld bekend dat water veel beter kan infiltreren op plekken waar geen traditionele verharding is toegepast. In tijden van intensieve regenval en overstromingsgevaar verdient het daarom de voorkeur om bestrating tot het noodzakelijke te beperken. Ook is de verkoelende werking van groen niet te onderschatten in stedelijk gebied waar warmte in de stenen en het asfalt opgeslagen blijft.

Levende tuin - vogels in de tuin

De Levende Tuin

Dat is niet alleen nuttige informatie voor de stadsplanner, ook de tuinier kan hier zijn voordeel mee doen. Een beetje gezond verstand blijkt genoeg te zijn. Wie zijn of haar tuin na een flinke regenbui bekijkt, zal snel ontdekken dat het water blijft staan op de tegels en intrekt in de aarde. Dat is de motivatie achter de operatie Steenbreek. Onder het mom van ‘tegel eruit, plant erin’ zijn er door het hele land mooie inruilacties bij tuincentra, waterschappen en op gemeentehuizen georganiseerd.

Wie op een warme avond door de stad fietst, zal merken dat er een koele lucht uit de parken stroomt. Onderzoekers zeggen inderdaad dat een park tot 7°C  koeler kan zijn dan de versteende omgeving. Zodat je tuin op bloedhete dagen een plek van verkoeling en niet van verhitting is, is het raadzaam om zoveel mogelijk groen te plaatsen. Planten verdampen immers water en bieden schaduw terwijl steen de warmte juist opslaat.

Wie een straat bekijkt, zal merken dat insecten en vogels bij het (bloeiende) groen te vinden zijn. Niet op het asfalt. In het groen vinden ze immers voedsel, schuilmogelijkheden en gelegenheid om zich voort te planten. Wil je wat leven in je tuin, dan is het raadzaam om er veel planten neer te zetten. Vogels houden van hagen, kikkers van een vijvertje en insecten van bloemen en rommelhoekjes.

Of het nu om wateroverlast, hitte of biodiversiteit gaat, het antwoord is steeds vergroening. Dat geldt voor steden en voor wijken, maar evengoed voor de balkontuin. Ik kan uit eigen ervaring vertellen dat dat gemakkelijker en leuker is dan mensen vaak denken. Handen uit de mouwen en gezond verstand aan, dan gaat die tuin vanzelf leven!