Sinds januari van dit jaar is het prijsplafond ingegaan. Deze maatregel van de overheid is bedoeld om de energierekening betaalbaar te houden. Tot een bepaald verbruik betaal je een tarief dat is vastgelegd in de maatregel, daarboven betaal je een hoger tarief.

Wat is het prijsplafond?

De maatregel van het prijsplafond geldt voor huishoudens en andere kleinverbruikers zoals kleine bedrijven, zzp’ers en verenigingen. Voor iedereen met een zogenaamde ‘kleine energieaansluiting’ geldt dat je tot een verbruik van 1.200 m3 voor gas, 2.900 kWh elektriciteit en 37 gigajoule stadsverwarming een maximum tarief betaalt. Dit bedraagt (inclusief belasting) € 1,45 per m3 gas, € 0,40 per kWh elektriciteit en € 47,38 GJ stadswarmte. Deze bedragen liggen lager dan de meeste tarieven waarvoor mensen nu een contract hebben, doordat zij een variabel contract hebben of onlangs een nieuw contract hebben moeten afsluiten. Voor het verbruik boven de aangegeven maxima betaal je het bedrag dat in je contract staat. Zit jouw tarief nog onder het tarief van het prijsplafond, doordat je bijvoorbeeld al langer een vast contract hebt, dan betaal je gewoon het tarief uit je contract.

Met het ingaan van deze maatregel vervalt de energiecompensatie van € 190 die huishoudens in november en december 2022 ontvingen.

Hoe wordt het prijsplafond gemeten?

Het prijsplafond geldt het hele jaar, maar niet ieders energierekening volgt het kalenderjaar. Het verbruik wordt daarom in twee delen gemeten, een deel voor de jaarafrekening en een deel na de jaarafrekening. Als jouw jaarafrekening in maart plaatsvindt, is er een deel van januari tot maart en een deel van maart tot en met december, deze twee delen kun je niet met elkaar compenseren terwijl het verbruik niet altijd in verhouding is. Volgens de Rijksoverheid zou je met een gemiddeld verbruik in beide periodes onder het plafond moeten blijven, maar als jouw verbruik afwijkt kan de tweedeling nadelige gevolgen hebben. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als je in de zomer een hogere stroomrekening hebt, door het gebruik van een airco en jouw jaarafrekening ongunstig valt.

Op de website van de Rijksoverheid is te lezen dat er met deze verdeling wel rekening wordt gehouden met het feit dat je in de winter een hoger verbruik hebt dan in de zomer. Een speciale bijlage, te downloaden via de website, legt het uit als volgt: “Op 26 januari valt bijvoorbeeld 7,6 m3 gas en 10,4 kWh stroom onder het prijsplafond. En op 5 augustus 0,5 m3 gas en 5,6 kWh stroom. Het maximale verbruik tegen het plafondtarief tot de energierekening is: de optelsom van het dagelijkse verbruik onder het plafond van 1 januari tot de datum van de rekening. Het maximale verbruik tegen het plafondtarief na de energierekening is: de optelsom van het dagelijkse verbruik onder het plafond vanaf de datum van de energierekening tot en met 31 december.”

Het prijsplafond en een warmtepomp of elektrische auto

De overheid is bij het vaststellen van het plafond uitgegaan van de standaardsituatie waarbij mensen gas en elektriciteit afnemen. Dit kan nadelig uitpakken voor mensen met een all-electric huis. In veel gevallen komt hun elektriciteitsverbruik boven het plafond uit en dit wordt niet gecompenseerd door de overheid. Het verbruik wordt nog hoger als je thuis je elektrische auto oplaadt.

Anderen lazen ook:  5 duurzame dilemma's mét oplossing

Het prijsplafond en zonnepanelen

Voor wie zonnepanelen heeft: het prijsplafond geldt na het salderen. Het salderen gaat op basis van je jaarnota en niet op basis van het kalenderjaar. Je kunt dus niet op kalenderjaarbasis compenseren met je opgewekte stroom. Valt je energienota in september in de bus, dan kun je in de dure stookmaanden oktober, november en december niet compenseren met de in de zomer opgewekte zonne-energie.

 Dynamisch energiecontract

Wanneer je een energiecontract hebt, zijn er drie opties: vast, variabel en dynamisch. In een vast contract zet je de prijs voor een x-aantal jaren vast. Bij een variabel contract kan de prijs die je betaalt voor energie meerdere keren bijgesteld worden. Bij sommige aanbieders twee keer per jaar, bij andere maandelijks.

Steeds vaker zien we dynamische contracten, een vorm die nog ‘onzekerder’ is. Bij dynamische contracten wordt het tarief bepaald op de zogenaamde ‘spotmarkt’. Op deze markt wordt één dag van tevoren energie verhandeld. Op de markt gelden elk uur andere tarieven voor stroom en voor gas geldt een dagprijs. Stroom zal tijdens sommige uren duurder zijn dan tijdens andere uren en soms komen op de spotmarkt zelfs negatieve stroomprijzen voor, waardoor je geld toe krijgt. Je krijgt een dag van tevoren de prijzen voor de komende dag te horen.

Je betaalt ook hier vaak een voorschot, om zo te voorkomen dat je elke maand een ander bedrag afrekent. Het voorschot wordt dan verrekend met de daadwerkelijke tarieven en kan soms flexibel zijn (in de winter hoger dan in de zomer).

Voordelen en risico’s dynamisch energiecontract

Wanneer jij zelf veel invloed hebt op je verbruik en kunt verbruiken wanneer de stroom goedkoop is, kan zo’n dynamisch contract je veel voordeel opleveren. Je profiteert direct van prijsdalingen, maar de keerzijde is dat je ook direct meer betaalt wanneer de prijzen stijgen. Daar zit ook meteen een risico, in theorie kunnen die prijzen flink oplopen. In Texas kwam het tijdens een sneeuwstorm voor dat de stroomprijs steeg tot 9 dollar per kilowattuur, extreem duur. In Europa geldt een maximumprijs van 5 euro per kWh. De kans dat deze prijs ooit bereikt wordt, is echter heel onwaarschijnlijk. Volgens de ANWB (zelf aanbieder van dynamische contracten) is in de afgelopen zeven jaar de inkoopprijs van elektriciteit gemiddeld 85% van de tijd onder de gemiddelde vaste tarieven van andere aanbieders gebleven.

Goed om te weten: zo lang de salderingsregeling nog geldt, is de terugleververgoeding ook afhankelijk van de uurtarieven.