Deelscooters, deelfietsen, deelauto’s… De Nederlandse binnensteden worden ermee overspoeld. Van bezit naar gebruik: De deeleconomie zou zomaar eens de toekomst kunnen worden, beoogt Harmen van Sprang van Sharing Cities Alliance.

Niet alleen Harmen van Sprang ziet een verplaatsing van bezit naar gebruik graag gebeuren, ook eurocommissaris Frans Timmermans oppert om de welvaart meer in te richten op gebruik in plaats van bezit, zo vertelde hij in een kerstinterview met NPO Radio 1.

Met Harmen spreken we over de voordelen, nadelen en de toekomst van het delen. Hij is oprichter en CEO van Sharing Cities Alliance, een organisatie die al tien jaar bezig is met de deeleconomie. Over dit onderwerp geeft de alliantie over de hele wereld presentaties en workshops. Zij ondersteunen overheden en het bedrijfsleven met concepten hoe je met je business kunt instappen in de deeleconomie.

De deeleconomie kent volgens Harmen vooral een goede en optimistische kant. Dat wil hij aantonen aan de hand van drie aspecten: het duurzame, het sociale en het economische aspect. “Het duurzame zie je terug in het feit dat je bij de deeleconomie uitgaat van het gebruik in plaats van bezit. Het sociale zie ik terug in dat ik iets met een buurtgenoot deel en er een gesprek ontstaat. Dat is een mooie, sociale waarde. Als laatste vind ik, dat bij het economische aspect economische veerkracht om de hoek komt kijken als het wat minder gaat”, vervolgt hij. “Hoe ik dat bedoel? Doordat je kunt besparen, omdat je niet alles nieuw hoeft te kopen. Of dat je soms zelfs iets verdient met iets wat je wel hebt en kunt verhuren aan de ander. Ik vind het een mooie win-winsituatie en het kan verrijkend zijn in je leven.”

Deelauto en fiets

‘Deelkoning’ Harmen zelf maakt vooral gebruik van een deelauto. Een eigen auto heeft hij dan ook niet. Heel gemakkelijk en goedkoop, zegt hij, maar hij zorgt er wel voor dat hij de deelauto niet te vaak gebruikt. “Als ik uit gemak steeds de deelauto pak, ben ik niet duurzaam bezig. Voor korte ritjes in de stad pak ik gewoon de fiets.” En een leuk vakantieadresje regelt hij met regelmaat via Home For Exchange, een deelplatform waarbij je voor een bepaalde periode van huis kan ruilen. “Je wisselt letterlijk van huis. Het is geen Airbnb, je betaalt elkaar dus niet. Heel leuk, want je zit in iemands huis én je bent geen kosten kwijt.”

Binnen zijn gezin wordt ook volop aan delen gedaan. Zo vertelt Harmen dat zijn dochters vooral tweedehands kleding kopen via het platform Vinted. “Zij kopen bijna nooit nieuwe kleding. Het is duurzamer en voor hen ook betaalbaarder.” Harmens buurtapp is ook actief in het uitlenen van spullen. “Dat gaat puur op basis van vertrouwen. Dat vind ik een feestje. Er wordt van alles op gedeeld. Van een matras tot een boormachine en fietsen voor logés. Er is dus ook zonder platform heel veel mogelijk. In een prettige buurt, met vertrouwen in elkaar, wil je blijven wonen. Dat gun ik iedereen.”

Deeleconomie, deelfietsen

Wat zit enorm in de lift?

Mobiliteit, zegt Harmen. Scooters, auto’s, elektrische steps en fietsen worden volop gedeeld in met name de steden. Volgens Harmen is het thuiswerken in een ander land sinds de coronacrisis ook  steeds meer in trek. Een organisatie als Airbnb speelt er zelfs op in. “Airbnb ziet dat de vraag naar appartementen, waarin thuisgewerkt kan worden, toeneemt. Er ontstaat op die manier een andere vorm binnen hetzelfde platform. Dat wordt ook interessant.”

Anderen lazen ook:  HR glas met zonwering of zonwerend glas?

En het einde is nog niet in zicht, verwacht Harmen. Hij zegt dat de nieuwe generatie opgroeit met het deelconcept en dat dit alleen maar verder uitgewerkt gaat worden. “Vroeger was een auto echt nog een statussymbool. Tegenwoordig gaat het veel meer om de ervaring en het gemak. Pakken wat je op dat moment wilt. Een kleine auto, of juist een grote. Dát is de rijkdom. In plaats van een auto die vooral heel veel geld kost.”

Consumenten hebben het delen al aardig onder de knie, maar dat geldt nog niet altijd in het bedrijfsleven. “Je kan veel spullen op zakelijk vlak delen. Dat gebeurt ook wel, maar wel met wisselend succes. Je hebt bedrijven die een shovel in de loods hebben staan, die twee keer per jaar wordt gebruikt. Kijk, dat is zoiets wat veel gemakkelijker gedeeld kan en moet worden. Daar zit dan ook de meeste groei, maar uit ervaring weet ik dat sommige ondernemers daar nogal halsstarrig in staan.”

Stad en dorp

Momenteel richt het delen van spullen en mobiliteit zich vooral op de grote steden en gemeenten. Hoe kan het delen ook bevorderd worden op het platteland? Harmen zegt dat het een kwestie van tijd is. “Deelautobedrijven als Snappcar en My- Wheels breiden steeds meer hun diensten uit naar ook de kleinere gemeenten. Aan de andere kant heb je ook nog het ouderwets delen in de dorpen. Neem het potje suiker dat je leent van de buurman als de suiker bij jou thuis op is. Het valt alleen niet onder een hip, nieuw platform.”

Wel draagt Harmen een mooie suggestie aan om het delen van producten en diensten ook in kleinere steden en dorpen toegankelijker te maken. Bijvoorbeeld het delen van een auto: “Koop met een groepje mensen een auto, of lease namens een groep de auto. Dit soort initiatieven zijn er gelukkig al.”

Deeleconomie, boormachine

Toekomst van de deeleconomie

Delen wordt in de toekomst steeds meer de normale gang van zaken. Het gaat logischer worden, zegt Harmen. Ook voor Nederland ziet hij hierin een rol weggelegd. Harmen hoopt dat Nederlanders meer gaan delen. “Durf te delen! Daar begint het mee. Als je twijfelt, begin klein met een boormachine op Peerby (een deelplatform waar gereedschap en andere spullen te leen worden aangeboden, red.). Begin klein, neem iets simpels. Heb je het maar af en toe nodig? Begin eens met delen”, adviseert Harmen.

De boormachine

“Sharing Cities Alliance heeft voor de Nederlandse overheid onderzoek gedaan naar de besparing op boormachines”, vertelt Harmen. “Bijna iedereen heeft zo’n boormachine in huis. Je boort een  gaatje en vervolgens ligt dat apparaat drie maanden stof te happen op zolder. We hebben een berekening gedaan. Neem 250 huishoudens, allemaal met een boormachine. Als je het alleen maar gebruikt om af en toe een gaatje in de muur te boren, kom je ook met 38 boormachines uit in plaats van 250. Dat scheelt 212 boormachines die je niet hoeft te produceren, en waar geen  grondstoffen en transport voor nodig zijn.”

Dit artikel is eerder verschenen in Groener Wonen 01 2022