Nederlanders zijn echte kaaseters. Gemiddeld verorberen we zo”n ruim 20 kilo kaas per persoon per jaar. Voor veel mensen is kaas dan ook een vast onderdeel van het voedingspatroon. Een plakje kaas op de boterham, wat blokjes bij de borrel of een handje geraspte kaas over een pastaschotel; kaas is veelzijdig en past bij vrijwel elke maaltijd. Maar hoe duurzaam is kaas eigenlijk?
Niet alleen wij Nederlanders eten graag een stukje kaas, in het buitenland is Goudse kaas en Edammer ook heel populair. Gemiddeld is maar liefst ruim 900 miljoen kilo kaas per jaar bestemd voor de export. We importeren kaas overigens ook.Voor een gevarieerd kaasplankje halen we jaarlijks zo’n 70 miljoen kilo uit het buitenland. Het gaat dan vooral om soorten die we zelf niet produceren. Verreweg de grootste hoeveelheid kaas die we eten en exporteren is gemaakt van koeienmelk. Nederlanders eten gemiddeld per jaar slechts 400 gram geitenkaas.
Methaan
Kaasproductie begint bij de melkveehouderij, en de impact daarvan is aanzienlijk. De zuivelsector, en daarmee ook de kaasproductie, heeft een grote ecologische voetafdruk. Een van de grootste zorgen is de uitstoot van broeikasgassen. Koeien stoten methaan uit via hun spijsvertering, een krachtig broeikasgas dat een veel groter opwarmingspotentieel heeft dan koolstofdioxide (CO2).

Landgebruik
Daarnaast speelt landgebruik een grote rol bij hoe duurzaam kaas is. Om de melkproductie op peil te houden, is er veel land nodig voor veeteelt en de productie van veevoer. Vaak wordt hiervoor soja gebruikt, wat niet alleen een grote hoeveelheid water en kunstmest vereist, maar ook bijdraagt aan ontbossing in landen als Brazilië. Nederland importeert een aanzienlijk deel van het veevoer, wat de milieu-impact verder vergroot. Onze kaasproductie heeft dus niet alleen gevolgen voor het milieu in Nederland maar ook voor het milieu ver buiten onze landsgrenzen.
Naast methaanuitstoot en landgebruik, zorgt melkveehouderij ook voor stikstofuitstoot. Deze stikstof komt in de bodem en het water terecht en kan ecosystemen verstoren, wat leidt tot bijvoorbeeld de verarming van biodiversiteit.
Water- en energieverbruik
Ook de verwerking van melk tot kaas kost veel energie en water en maak kaas minder duurzaam. De productie van een kilo kaas vereist naar schatting ongeveer 10 liter melk. Deze hoeveelheid melk moet eerst worden verwerkt, wat energie-intensieve processen zoals pasteurisatie, stremming en rijping in gekoelde ruimtes met zich meebrengt. Waterverbruik is ook een belangrijke factor. Voor de schoonmaak van de apparatuur en de hygiëne in de fabriek wordt veel water gebruikt.
Nieuwe initiatieven
Hoewel de ecologische impact van kaas aanzienlijk is, zijn er binnen de Nederlandse zuivel- en kaassector verschillende initiatieven en innovaties om deze impact te verkleinen. Zo zijn er programma’s zoals ‘Koeien en Kansen’, die melkveehouders helpen om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Het doel van dit programma is onder meer om de uitstoot van broeikasgassen en stikstof te verminderen door de bedrijfsvoering te optimaliseren en kringlopen te sluiten.
Een ander voorbeeld is het gebruik van duurzame energie in de zuivelverwerking. Sommige kaasproducenten maken gebruik van zonne-energie of biogasinstallaties om hun energieverbruik te verduurzamen. Ook wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar hoe het watergebruik binnen de productie verminderd kan worden, bijvoorbeeld door water te recyclen en efficiëntere schoonmaaktechnieken toe te passen.
Daarnaast is er in Nederland een groeiende beweging richting biologische en regeneratieve landbouw. Deze vormen van landbouw leggen de focus op het herstellen van de bodemgezondheid en het verminderen van het gebruik van kunstmest en pesticiden. Biologische zuivelboeren houden vaak minder koeien per hectare, waardoor de impact op de natuur kleiner is. Ook wordt er in deze landbouwpraktijken vaak gekozen voor lokaal geproduceerd veevoer, wat de ecologische voetafdruk verder verkleint.

Copyright Those Vegan Cowboys
Vegetariërs
Volgens Milieu Centraal is de klimaatimpact van kaas net zo groot als dat van kippenvlees of varkensvlees. Voor het milieu hoef je dus niet over te stappen van deze soorten vlees naar zuivel. Een eitje heeft overigens een lagere klimaatimpact. Plantaardige zuivelalternatieven hebben ongeveer een 2,5 tot 3 keer lagere milieu-impact dan kaas gemaakt van koemelk. Die kaas is gemaakt van bijvoorbeeld cashewnoten of kokosolie. Bij het verbouwen van kokos is overigens ook vaak sprake van ontbossing.
Zoals je in het vorige nummer van Groener Wonen kon lezen, probeert het bedrijf Those Vegan Cowboys plantaardige kaas te maken door de processen die in de maag van een koe plaatsvinden, na te bootsen in een fabriek. Het resultaat is een plantaardige kaas die smaakt zoals echte kaas . Het product in nog volop in ontwikkeling en nog niet in de winkel te vinden.
Keurmerken
Certificeringen spelen een belangrijke rol bij het stimuleren van duurzaamheid binnen de zuivel- en kaasindustrie. Een voorbeeld is het keurmerk ‘On the way to PlanetProof’ dat aangeeft dat een product duurzamer is geproduceerd op het gebied van dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat. Andere keurmerken voor zuivel zijn EU-biologisch, Demeter, Eko en Beter Leven. Dit laatste keurmerk is vooral bekend van het vlees maar is er inmiddels ook voor zuivel.
Kan ik nog wel kaas eten?
Eén van de meest effectieve manieren om de ecologische impact van kaas te verminderen is simpelweg door er minder van te eten. Kaas heeft, net als vlees, een relatief grote ecologische voetafdruk vergeleken met plantaardige producten en kaas is dus niet super duurzaam. Door je kaasconsumptie te beperken of vaker te kiezen voor plantaardige alternatieven, zoals veganistische kaas, kun je je eigen impact op het milieu verminderen.
De Gezondheidsraad heeft eerder al aangegeven dat opschuiven naar een meer plantaardig eetpatroon beter is voor het milieu en voor de gezondheid. Momenteel halen Nederlanders zo’n 43 procent van hun eiwitten uit plantaardige bronnen zoals noten, granen en peulvruchten. Opschuiven naar 60 procent plantaardige eiwitten verlaagt de milieu-impact van onze voedselconsumptie met maar liefst 25 procent. Dit geldt zowel voor het grondgebruik als voor de uitstoot van broeikasgassen, zo blijkt uit onderzoek dat is verricht in opdracht van de Gezondheidsraad. Dit eetpatroon is ook nog eens veel beter voor je gezondheid omdat je minder verzadigd vet en meer vezels binnenkrijgt. Dit verkleint je risico op diverse chronische ziekten.
Kortom: je hoeft je plakje kaas niet voorgoed te missen, maar vervang het regelmatig eens door plantaardige eiwitbronnen zoals peulvruchten of sojaproducten zoals tofu en tempé.
Dit artikel verscheen ook in Groener Wonen 04 2024.